| |
In
de veiligheidsmaatschappij van nu
hebben relatief kleine incidenten als
bommeldingen en stroomstoringen grote
gevolgen. ,,We worden kwetsbaarder
doordat we de ruimte intensiever
gebruiken.''
Door
NRC-redacteur
Rob Schoof
Een
vorkheftruck in Rotterdam,
bomdreigingen bij Ikea-vestigingen,
een blauwzuuralarm in Wijchen: in alle
hoeken van het land werden burgers,
overheid en het bedrijfsleven de
afgelopen week geconfronteerd met
incidenten die leidden tot
ontwrichtingen. Treinen en trams
stopten, bedrijven werden stilgelegd,
belangrijke verkeersaders en vaarwegen
werden afgesloten en
industrieterreinen werden ontruimd.
Stroomstoringen, criminaliteit,
terreurdreigingen of computervirussen:
kleine incidenten kunnen op regionaal
niveau grote gevolgen hebben, zo is de
afgelopen tijd verscheidene keren
gebleken. Is Nederland zo'n kwetsbare,
breekbare samenleving geworden? Is de
reactie van de verantwoordelijke
autoriteiten op terroristische en
criminele dreigingen
buitenproportioneel? Kleine incidenten
reiken veel verder dan twintig jaar
geleden, zegt prof.dr. B.J.M. Ale,
hoofd van het Centrum voor Externe
Veiligheid en Vuurwerk van het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu (RIVM). ,,Twintig jaar geleden
was Nederland veel minder druk dan nu.
We worden kwetsbaarder doordat we de
ruimte steeds intensiever gebruiken.
Steeds meer voorzieningen worden dicht
op elkaar gezet. Daardoor werkt een
klein incident, dat vroeger redelijk
beperkt bleef, steeds verder door'',
zegt Ale, sinds deze week de eerste
hoogleraar veiligheid en
rampenbestrijding, aan de Technische
Universiteit Delft. Een goed voorbeeld
van die doorwerking van lokale
incidenten op de rest van Neerland was
de lekkage van de giftige stof
acrylnitril, in augustus op het
spoorwegemplacement van het station
van Amersfoort, die het openbare leven
uren lamlegde. Binnen een straal van
vijfhonderd meter werd alles ontruimd,
maar door de locatie, de centrale
ligging van de stad in het spoornet,
kwamen duizenden reizigers later dan
gepland thuis. Achteraf concludeerden
onderzoekers dat het incident en de
reactie van de operationele diensten
een ,,veel grotere impact'' kreeg dan
,,nodig en wenselijk'' was geweest.
Hetzelfde gold voor twee branden op
Schiphol, die in de eerste helft van
2001 een geweldige chaos veroorzaakten
op het luchthaventerrein én in de
wijde omtrek. In januari stak een
zwerver een vuilnisbak in brand,
enkele maanden later brak brand uit in
de keuken van de Burger King in het
winkelcentrum Schiphol Plaza. Bij die
incidenten werd het calamiteitenplan
in werking gesteld, rukten
reddingsdiensten massaal uit en werd
het vlieg- en treinverkeer stilgelegd,
en de rijksweg A4 langs de luchthaven
afgesloten. ,,Veiligheid gaat voor
alles'', reageerde Schiphol-directeur
G. Cerfontaine destijds op de enorme
gevolgen van een brandje bij een
hamburgerrestaurant, dat op zichzelf
niets te maken had met het
luchtverkeer. Veiligheidsdeskundigen
verdedigden zich toen door te zeggen
dat de autoriteiten beter massaal
kunnen uitrukken en constateren dat de
schade meevalt, dan dat achteraf
blijkt dat de zaak is onderschat. Dat
geldt zeker waar het gaat om locaties
waar duizenden mensen aanwezig zijn.
Dat was nog vóór 11 september 2001.
De reactie van gezagsdragers in
Nederland heeft volgens
veiligheidsdeskundige Ale veel te
maken met de gebeurtenissen van toen.
Van een angstpsychose wil hij niet
spreken, maar dat de autoriteiten ook
in Nederland extra alert zijn is
volgens hem terecht. ,,Voor die datum
wisten we niet beter dan dat een
vliegtuigkaping, met misschien een
aantal gedode passagiers, het ergste
was dat er met een vliegtuig kon
gebeuren. Het was niet in ons op
gekomen dat verkeersvliegtuigen ook
kunnen worden gebruikt als
kruisraketten. Dat betekent dat de
autoriteiten die verantwoordelijk zijn
voor de veiligheid er rekening mee
moeten houden dat er gekken zijn die
dergelijke dingen echt kunnen doen. Er
is dus wel degelijk een verandering
gekomen in het denken over
veiligheid.''
Wat Nederland betreft
werd die veranderde perceptie nog eens
versterkt door de moord op Pim Fortuyn.
,,Tot die tijd konden ministers gewoon
nog een pilsje drinken op een terras
in Den Haag'', zegt Ale. Sindsdien
kunnen de autoriteiten er niet meer
vanuit gaan dat een bommelding, of een
dreigement met een kogelbrief, een
grap is. Ale: ,,Je moet je als
verantwoordelijk bestuurder afvragen
wat je liever wilt vertellen in het
journaal: dat je voor niks een
bataljon politie hebt laten uitrukken
na een dreigement of dat je die
dreiging niet serieus hebt genomen en
dat er helaas een paar Ikea-klanten om
het leven zijn gekomen. Ik denk niet
dat we zijn doorgeslagen met al die
afzettingen en ontruimingen. We hebben
gezien wat er kán gebeuren.'' Dat
werd treffend geďllustreerd op 27
september vorig jaar, twee weken na de
terreuraanslagen in New York en
Washington, toen in een anonieme brief
aan het ANP werd gedreigd met
aanslagen op tunnels in Amsterdam en
Rotterdam. Scherpschutters en andere
zwaar bewapende eenheden van politie,
justitie en defensie kwamen daarop in
actie en wierpen blokkades op bij de
Beneluxtunnel en de Botlektunnel in
Rotterdam, en de Coentunnel en de
Zeeburgertunnel bij Amsterdam. ,,Niet
ingrijpen zou een schande zijn
geweest'', verdedigde toenmalig
minister van Justitie Korthals de
grootscheepse actie. Niemand kon
garanderen dat het om een loos
dreigement ging.
Die angst voor
terreur werkt ruim een jaar later nog
steeds door, zo blijkt uit de
veiligheidsmaatregelen die bij de
overheid, en in tal van bedrijven,
zijn verscherpt sinds 11 september.
Via het ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksaangelegenheden
lopen nog steeds allerlei studies naar
mogelijk kwetsbare plekken in de
samenleving, zoals het
elektriciteitsnet, economische centra
en de watervoorziening. Schiphol heeft
nieuwe veiligheidsregels ontworpen, en
ook meubelmaker Ikea kent sinds deze
week een nieuwe alarmcode in haar
Nederlandse vestigingen. ,,De eerste
neiging na een groot incident is
altijd dat er iets moet gebeuren'',
zegt veiligheidsexpert Ale. ,,Maar je
moet niet als een kip zonder kop gaan
rondlopen. Eerst moet eens goed worden
onderzocht wat de zwakke plekken zijn,
en hoe die kunnen worden beveiligd.''
En of we dat willen, voegt hij eraan
toe. ,,Neem de stroomstoringen van de
afgelopen tijd. Daar kun je je best
tegen wapenen door overal dubbele
voorzieningen te treffen, zoals
verplicht is bij onder meer
ziekenhuizen. Er wordt op dit moment
door TNO en de TU Delft onderzocht of
er een alternatieve stroomvoorziening
moet komen voor verschillende
stadsdelen. Dat kost natuurlijk een
hoop geld. Zolang er geen levens
worden bedreigd is het een puur
economische afweging die een bedrijf
zelf kan maken.'' |
|