|
|
 |
 |
|
A.B.C.
.....1,2,3 |
 |
 |
| |
De
kloof tussen ongecijferde alfa's en
ongeletterde bèta's is gevaarlijk
|
|
 |
| |
door: Robbert
Dijkgraaf
Het is
onverstandig om de nadruk te leggen op
de verschillen tussen alfa's en
bèta's en niet op de overeenkomsten.
Het is nóg onverstandiger om de
verschillen tussen bèta's onderling
uit te vergroten. Alfa's, bèta's en
gamma's : verenigt u!
De alfa en
bèta culturen dreigen uit elkaar te
drijven, gescheiden door een oceaan
van onbegrip en vooringenomenheid. De
directe slachtoffers daarvan lijken de
bèta's, die gebukt gaan onder hun
karikaturen als nerds en techneuten en
daarmee maatschappelijk
gemarginaliseerd dreigen te worden.
Maar op de lange termijn leiden de
alfa's en gamma's ook schade van deze
onnodige polarisatie, want het scheidt
hen van een geweldige bron van kennis.
Allereerst is
er de paradox van de toenemende
onzichtbaarheid van de
natuurwetenschappen. De spectaculaire
vooruitgang van de exacte
wetenschappen en de daaruit
voortvloeiende techniek is de grote
kurk waarop onze economie drijft. Denk
deze kennis weg en we zijn weer terug
in de Middeleeuwen, zonder vervoer,
zonder communicatie, zonder
gezondheidszorg. Wetenschap en
techniek hebben zich tot in de
kleinste details van ons leven
genesteld.
Maar
tegelijkertijd wordt die techniek
minder publiekelijk zichtbaar. Daarmee
taant de interesse onder jongeren om
zich in deze vakken te verdiepen. Ook
in directiekamers en ministeries
worden bèta's een zeldzame soort.
Welke ambtenaren (van Financiën of
elders) maken zich nog sterk voor het
natuurkundeonderwijs? Gaan de exacte
vakken de gang van de technologie
zelf, weggewerkt in de machinekamers
van de maatschappij? Onze computers
worden steeds krachtiger en
veraangenamen het leven, maar alle
chips en bits worden prettig aan het
zicht onttrokken. De gebruiker klikt
op een mooi vormgegeven icoontje en
hoeft zich niet in de details te
verdiepen.
De
resulterende ongecijferdheid vormt een
belangrijk maatschappelijk probleem.
Veel burgers hebben daardoor grote
moeite om de implicaties en de
risico's van nieuwe technologie in te
schatten. Het is verbluffend hoeveel
mensen denken dat organisch gegroeide
tomaten geen genen bevatten. Dit
onbegrip leidt tot een serieus
imagoprobleem van natuurwetenschap als
tegennatuurlijke wetenschap. Lekkende
reactorvaten, schuimend slootwater,
uit het lab ontsnapte virussen,
nanorobots die de wereld overnemen,
slordige deeltjesexperimenten die een
zwart gat creëren waarin de aarde
verdwijnt - in de publieke verbeelding
is het potentieel van zelfvernietiging
onbeperkt. En deze clichés zijn niet
nieuw. Al voor de oorlog noemde de
Franse filosofe Simone Weil ,,geld,
mechanisatie, algebra'' de ,,drie
monsters van de moderne beschaving''.
(Dat die onschuldige algebra
daartussen staat, heeft misschien iets
te maken met haar broer André, een
van de grootste wiskundigen van de
twintigste eeuw.) Een recente
krantenkop echode haar apocalyptische
woorden met de moderne trits ,,atoom,
gen, nano''.
Onder bèta's
is het bon ton om je over deze
wijdverbreide ongecijferdheid vrolijk
te maken. Maar we moeten oppassen niet
het kind, dat wil zeggen de
authentieke verwondering over de
begrijpelijkheid van de natuur, met
het badwater weg te gooien. Harry
Mulisch verwonderde zich eens over de
onvoorstelbare onwaarschijnlijkheid
dat hij precies met die groep
toevallige passagiers in tramlijn 1
door de Leidsestraat reed. Hij schreef
toen dat ,,het heelal te klein is om
het papier te bevatten, waarop het
aantal nullen achter de komma staat,
dat nodig is om die kans te
beschrijven''. Hij werd daar toen hard
op aangevallen, omdat dat duizendtal
nullen best in het heelal past en
zelfs wel op een paar bladzijden.
Maar ik kan
de dichterlijke vrijheid van Mulisch
goed begrijpen. We moeten niet notatie
met begrip verwarren. Het is
uitsluitend dankzij het wonder van het
tientallige stelsel dat we zo'n
onvoorstelbaar groot of klein getal
met zo weinig drukinkt kunnen
weergeven. Het kan zelfs nog zuiniger,
als je een geleerdere notatie
gebruikt. Kijk maar: 10 Maar stel dat
we het ééntallige stelsel zouden
gebruiken - u weet wel, de krasjes die
een gevangene in de muur kerft om de
dagen bij te houden. Dan zou zelfs met
de kleinst denkbare pen, die schrijft
met elementaire deeltjes, het heelal
inderdaad niet groot genoeg zijn om
alle streepjes in kwijt te kunnen.
Niet alleen
bedreigen bèta's de wereldvrede, ze
hebben ook maar één wens: om de
wereld in onherkenbare en ontzielde
brokstukken te demonteren. In deze
reductionistische karikatuur wordt
alles teruggebracht tot de zoektocht
naar een enkele formule die de wereld
moet verklaren. Hoewel ik persoonlijk
met genoegen de dagen vul op zoek naar
zo'n formule, liefst zo mooi en
elegant mogelijk, neem ik toch
krachtig stelling tegen dit stereotype
van een monocultuur.
Er is juist
een bloeiende intellectuele traditie
in de natuurwetenschap om de andere
kant op te kijken, om vanuit
grotendeels irrelevante details
eenvoudige wetmatigheden in het groot
af te leiden. ,,Beauty from garbage''
wordt dit streven wel genoemd, in
tegenstelling tot de poging om de
rotzooi om ons heen te verklaren uit
de schoonheid van die ene formule van
alles. En denkt u hierbij niet aan
verdacht holisme uit New Age-kringen.
Heel precieze en alledaagse begrippen
als temperatuur of druk bestaan niet a
priori, maar beschrijven het
collectieve gedrag van onvoorstelbare
aantallen moleculen. De chaos van die
deeltjes brengt de elegante wetten van
de thermodynamica voort.
De
complexiteiten van de geestes- en
maatschappijwetenschappen zijn vele
mate groter dan die van de
natuurwetenschappen, maar daarom zijn
ze niet per definitie ondoordringbaar
voor dit soort wetmatigheden. We
kunnen ons afvragen of sociale
wetenschappers anno 2004 soms niet in
dezelfde bunkermentaliteit verkeren
als biologen begin jaren '50, vóór
de revolutie van de moleculaire
biologie, even overtuigd van de
heilige complexiteit van hun
onderwerp.
Een bijkomend
misverstand is dat
bètawetenschappers
zich alleen om de kale feiten zouden
bekommeren. Maar ook in bètaland is
er een bos te zien tussen de bomen. De
essentie van de natuurwetenschappen
zit niet uitsluitend in de details.
Concepten en methoden zijn even
belangrijk als formules. De grote
inspanning die fysici zich getroosten
om een bepaalde toestandsfase van de
materie te vangen - bijvoorbeeld
supergeleiding of de opsluiting van
quarks in een kerndeeltje - komt meer
overeen met de worsteling van
geschiedkundigen om romantiek of
post-modernisme te duiden dan beide
kampen zullen willen toegeven.
Maar als ik
nu even de andere kant op mag
schoppen, zijn bèta's wel goede
buren?
Allereerst
zouden ze veel beter hun wereld onder
woorden moeten brengen, zeg maar
contact maken met hun literaire ik. De
afstand tot de letteren is kleiner dan
menigeen denkt. Vraag een wiskundige
wat een elegant bewijs vormt, waarom
een tekst geen woord of formule te
veel of te weinig mag bevatten, en de
vergelijking met het maken van een
gedicht dringt zich op. Einstein zei
al: ,,Zeg het zo eenvoudig mogelijk,
maar niet eenvoudiger.''
Daarnaast
kost het hooggecijferde bèta's vaak
moeite om de hoofd- en bijzaken in
maatschappelijke vraagstukken te
onderscheiden en de wetenschap haar
correcte plaats te geven - ergens
tussen alles of niets - ten opzichte
van de complementaire domeinen van de
kunsten en de politiek. Hier kan de
ervaring van de Franse wiskundige en
sterrenkundige Pierre-Simon Laplace
tot voorbeeld strekken. Laplace was
misschien wel de grootste
wetenschapper van zijn tijd, toen hij
door zijn oud-leerling Napoleon in
1799 werd benoemd tot minister van
Binnenlandse Zaken. Maar zijn
politieke carrière mocht niet langer
dan zes weken duren. Hier is wat
Napoleon over Laplace te zeggen had
bij het exitgesprek. Hij was een
minder dan middelmatig bestuurder,
zocht overal subtiliteiten, had alleen
maar problematische ideeën en bracht
uiteindelijk ,,de geest van het
infinitesimaal kleine'' in het
bestuur. Dit uit de mond van de man
van het grote gebaar.
De
confrontatie met het ,,echte leven''
kan inderdaad een schok zijn. Ik denk
hierbij ook aan de woorden van James
Simons, die na een carrière als
eminent wiskundige en universitair
bestuurder, één van de meest
succesvolle hedge funds oprichtte,
vorig jaar was hij de op één na
grootste veelverdiener van Wall Street.
Op de vraag hoe het is om nu in de
real world te leven, antwoordde hij
dat zijn werk in de zuivere wiskunde
hem veel reëler voorkwam dan dat in
de financiële wereld.
De geest van
het infinitesimaal kleine uit zich ook
in de verzuiling van de
natuurwetenschappen, waar in een eeuw
tijd een heuse toren van Babel is
opgerezen. En er worden nog steeds
verdiepingen en tussenschotjes bij
geplaatst. Er is sprake van een
overdreven en onnodige differentiatie
tussen de vakgebieden. Op de
middelbare scholen, in de
universiteiten, in de academies, in de
beroepsverenigingen, overal vindt u de
verschillende bloedgroepen keurig
uitgesorteerd. En op de grensvlakken
tussen de disciplines worden de
verschillen nog verder aangescherpt.
Ons brein heeft dezelfde neiging: waar
een wit en een zwart vlak elkaar
ontmoeten, zien we het zwart extra
zwart en het wit extra wit.
Niemand is
hierbij gebaat. Scholieren moeten
kiezen tussen biologie of natuurkunde,
terwijl ondertussen de grote
intellectuele uitdagingen liggen op
het grensvlak van de nanotechnologie
en de levende materie. En de media
doen volop mee in deze stammenstrijd.
Zo wordt de twintigste eeuw aan de
fysica toegekend en de eenentwintigste
eeuw aan de biologie. Pardon, wanneer
is het DNA ook alweer ontcijferd? En
hoe weet men nu al waarmee de nieuwste
deeltjesversnellers en satellieten ons
gaan verrassen? En waar blijven alle
andere vakgebieden? Hoeveel eeuwen
zijn trouwens al vergeven?
Ondertussen
splitsen zich de takjes en twijgjes
aan de boom van de wetenschappen
vrolijk verder. Kijk naar het
duizelingwekkende aanbod van
studierichtingen. Een supermarkt zou
zich schamen zoveel soorten hagelslag
op de schappen te hebben staan, maar
aankomende studenten slikken het voor
zoete koek. Terwijl juist binnen het
onderwijs een enorme uitdaging ligt om
de dialoog tussen de twee culturen op
gang te brengen. Er zijn genoeg
interessante gesprekspunten: de
evolutionaire invloeden in sociaal
gedrag, de rol van de
complexiteitstheorie in grafisch
ontwerpen, de invloed van genen op de
opvoeding, etc. etc. Maar voorlopig
blijft die uitdaging rustig liggen in
de gedemilitariseerde zone tussen de
disciplines.
De dynamiek
van de moderne wetenschap is
overweldigend. Je hoeft geen visionair
te zijn om de grote veranderingen te
zien die op komst zijn: van de
revoluties in de biologie, die de aard
van het leven onherkenbaar zullen
veranderen, tot de ontwikkeling van
quantummaterialen, waarin alle atomen
individueel gerangschikt zijn. De
beroemde laatste woorden van de
afscheidsrede van de grote Duitse
wiskundige David Hilbert, die zelfs op
zijn grafsteen staan - ,,Wir müssen
wissen, wir werden wissen''- zijn meer
waar dan ooit. Er liggen uitdagingen
in de toekomst ver voorbij de
verbeelding. Hoe bereidt onze
samenleving zich daarop voor?
Laat ik u
herinneren aan een bekende uitspraak
van de Britse bioloog Sir Peter
Medawar, waarin hij uitlegt waarom
juist Jim Watson, de ontdekker van de
structuur van het DNA, zo'n grote
impact wist te maken: ,,Watson had one
towering advantage over all of them:
in addition to being extremely clever
he had something important to be
clever about.'' Iets belangrijks om
slim in te zijn, daar gaat het om - of
men zich alfa, bèta of gamma noemt.
Info:
Robbert Dijkgraaf is hoogleraar
mathematische fysica aan de
Universiteit van Amsterdam. Vorig jaar
ontving hij de Spinoza-premie voor
zijn onderzoek Verkorte versie van een
lezing voor de Koninklijke Hollandsche
Maatschappij van de Wetenschappen ter
gelegenheid van de uitreiking van de
Jong Talent Prijzen ter bevordering
van de studie in exacte en technische
wetenschappen
Op
dit artikel rust auteursrecht van NRC
Handelsblad BV, respectievelijk van de
oorspronkelijke auteur.
|
|
 |
|
| Robbert
Dijkgraaf |
NRC,
19 december 2004 |
|
|
|
|
 |
|
|
|
 |
Klik
hier om terug te gaan.
|