chaosforum.com workshop III "Het levend patroon''-door de lens van Jaap Peters- Ze spelen
een spelletje Ze spelen dat ze geen spelletje spelen Wanneer ik laat zien dat ik dat zie, zal ik de regels
breken En zullen ze mij straffen Ik moet hun spelletje spelen, d.w.z. niet zien dat ik
het spelletje zie Ronald Laing (1970) Inmiddels
hebben we ons derde 2-daags seminar rondom chaordische systemen achter de rug. In het
eerste seminar stonden de grondbeginselen van het chaordische
denken (maart 1999 door Laurie Fitzgerald & Jonathan Milton) centraal, het
tweede seminar kende als thema strategy out of
chaos (juni 1999 door Jaap Peters & Rob Wetzels) en nu begin 2000 hadden
Leike van Oss & Jan Bas Loman een programma samengesteld waarbij werd de rode draad
gevormd door de spanning individu en
organisatie, onder de titel Het
levend patroon. Die spanning viel niet altijd mee, zo bleek. Maar ja, dat heb je
met levende patronen. Er waren 23 deelnemers, met gelukkig weer een aantal nieuwkomers die
het rechtvaardigde dinsdag te starten met een opfrisavond rond de uitgangspunten van de
chaostheorie. De woensdag daarop is gestart met een simulatie (een game) waarbij de
deelnemers werd gevraagd zelf de spelregels te ontwerpen aan de hand van een aantal
attributen in achtereenvolgens groepen van drie, zes en negen personen (in drie rondes).
Met de toename van het aantal personen nam de complexiteit derhalve toe in de vorm van
meerdere interactiecycli en naarmate die toe nam, nam de interesse van de deelnemers af.
De oorzaak daarvan werd niet 100% duidelijk tijdens de evaluatie. Nam de interesse af
door: de toenemende complexiteit, door de eigen-wijsheid van de deelnemers (na twee rondes
begrijpen we het wel), de tijdgeest (alles moet steeds sneller en compacter), het gegeven
dat de derde ronde midden in de lunchdip viel, de a-typische samenstelling van de groep of toch het nog niet volledig uitgewerkte concept van
de game? Ieder zijn verhaal, wat mij betreft. De
groep was in ieder geval niet bij machte zichzelf weer voor de volle 100% te motiveren
voor de 3e speelronde. Zelf contexten c.q. kaders neerzetten, spelregels
bedenken is ook voor professionals die dagelijks in de organisatiebusiness zitten een zeer
vermoeiende bezigheid. De game leek qua eindresultaat in ieder geval op eerdere simulaties
die ik heb meegemaakt: als de verveling toeslaat krijgt of het ontwerp van de game of de
begeleiding of de deelnemers de schuld. Het is net echt: het ligt aan de leiding (de
tops), de organisatie (de spelregels, die er nu niet waren), met uiteindelijk de vraag:
Zijn we het toch niet zelf? De ervaring leert dat simulaties over het algemeen
simpel moeten zijn, zodat we op de inhoudelijke component snel zijn uitgekeken, daardoor
wordt je sneller teruggeworpen op de essentie van een game namelijk het eigen
handelen en vervolgens kan dat kritisch worden beschouwd. Over de eigen
organiseeropvattingen praten is in het algemeen niet gewenst. We hebben het
liever over kennisoverdracht, dat is natuurlijk ook veel veiliger. De game had alle kenmerken van de problematiek van spelen en
spel (play & game). Zolang je in je eentje aan het spelen bent (met een
poppenhuis, een treinbaan, als eenpitter) is het leven overzichtelijk, zodra je echter met
meerdere vriend(inn)en aan de gang gaat heb je te maken met spelregels om tot een zeker
afgestemd gedrag te komen. Soms met een context en kant & klaarspelregels (zoals bij
Monopoly of de real variant McDonalds), soms wel
een context, maar geen spelregels (ik start een restaurant met nieuwe regels) en
soms is er geen context en geen spelregels (zoals hier; vergelijk het met de discussie
over de Nieuwe Economie, MP3, etc.). Als er geen context is en geen spelregels krijg je
onmiddellijk ook te maken met de verschillende opvattingen van de deelnemers over hoe een
spel in elkaar zou moeten zitten zodat het voor hen de moeite waard is mee te doen. Een
spel waar alles van tevoren duidelijk is heeft een duidelijk uithangbord en krijgt de
deelnemers die het verdient (dammers zijn anders dan schakers) . Je zou kunnen zeggen dan
is daar al een collectieve org-mind over (zo gedraag je je ongeveer in een restaurant,
bibliotheek, bioscoop, een cursus etc). Waar hebben de deelnemers het dan over (expliciet en/of impliciet)
als er nog niets is, zoals in deze game, anders dan losse speeltjes en een
toevallige inschrijving via het forum? · Wachten we wel of niet op een officieel startschot van de leiding? · Beginnen we gewoon (doen) of leggen we eerst van tevoren het doel vast via een vergadering (denken)? · Maken we een spel met een competitie-element (een winnaar) of blijft het gewoon spelen? · Willen we wel of niet een spel met een scorebord? · Beslissen we met consensus of beslist de meerderheid (bleef vaak impliciet)? · Kiezen we voor of/of varianten (elkaar uitsluitend) of voor en/en varianten binnen een spel? · Wordt er wel of niet vanuit een bepaald thema een spel ontworpen? · Kiezen we soms een gezamenlijk vertrekpunt: de koning moet .. (zie het schaakspel)? · Gaat het om het spel (proces) of om de knikkers (inhoud)? · Wat definiëren we als doel (de reis zelf of het eindstation)? · Hoe lang blijft het een spel en wanneer wordt het realiteit (Wil ik met iemand met jouw opvattingen over spelen & spel nog wel een spel maken?) · Wanneer ga je tijdens het spelregels maken met elkaar in conclaaf (tussentijds, permanent of achteraf) · Welke groepen konden na afloop de spelregels duidelijk en helder uitleggen aan derden en welke groepen hadden gewoon lekker zitten spelen en konden uitleggen hoe ze daar van hadden genoten? · Waarom gaan grotere groepen eerst langer van tevoren in kringgesprek alvorens te beginnen (en wat vertellen ze elkaar? Onze leerervaring met de vorige groep was beter dan jullie leerervaring met jullie vorige groep?). · In ronde twee en drie heb je te maken met een soort fusieproces waarbij de oude spelregels van de 1e ronde door de actoren worden meegenomen. Zijn we bereid die weer ter discussie te stellen? Of gaat het van dik hout zaagt men plankjes. We gaan niet weer zo zitten OH-en en zonder doel vooraf beginnen, anders doe ik niet meer mee! · Waren het de mannen die toevallig voor het stappenplan gingen (concreet doel vooraf, veel competitie met een winnaar, veel destructie -het broertje dat jouw legobouwwerk vernield-, het werk vooral zien als het efficiënt invullen van een van tevoren bedacht concept)? · Waren de kleine groepen vaster gekoppeld dan grote groepen (tight versus loosely coupling) en wat betekent dat? · Hoe te komen van play & game tot play the game? · Is het spel nu ten einde of hebben mensen elkaar nu zo leren kennen dat er een bijzondere relatie is gebleven of is die zelfs nu voor eeuwig verstoord (Bij een eventueel volgend chaosforum.com ga ik nooit meer bij die en die in een groepje zitten)? ·
. Boeiend is naarmate je meer spelregels (conceptualiseren en dus
organiseren) maakt, de gezamenlijkheid moet worden bewezen. Het spel wordt meer en meer
een object en komt per definitie meer buiten de persoon en dus verderaf te staan van het
individu (vergelijk de behoefte aan het zoeken naar missies, culturen en identiteit als
een organisatie groter en groter groeit). We hebben dan weer reclamespotjes van Postbus 51
nodig: de maatschappij dat ben jij! of de variant de vereniging is voor
en door leden. Een bekend probleem. Tussen spelen en spel
(systeem) zit veel taal/interactie en ga je tot dusver impliciete zaken uitvouwen. Wat
raak je juist dan kwijt aan sensitiviteit? Je kunt immers niet alles van het
fijne spelen omschrijven. Wat doe je eigenlijk als je missies, culturen en
identiteit gaat uitvouwen? Mijn ervaring leert dat die behoefte meestal ontstaat bij
schaalvergroting als het vanzelfsprekende van de eerste uren inmiddels weg is, moet het
weer gezocht en uiteraard gevonden worden. (Wie wat vindt heeft slecht gezocht, lijkt me
eerlijk gezegd). Het echte fijne verdwijnt tussen de
succesfactoren (vergelijk het met het notenschrift; het staat goed omschreven toch proef
je nadrukkelijk het verschil tussen de verschillende uitvoerenden). In onze subgroep van de eerste ronde werd bovendien duidelijk dat we
makkelijker lelijk (mens erger je niet) tegen elkaar deden als dat door de
spelregels werd gelegitimeerd. In termen van Van Dongen zouden we hier nu een mooi verhaal
kunnen houden over hoe conflicten ontstaan. Kortom het maakte nog weer eens duidelijk dat
als je met elkaar nieuwe spelregels wil maken (zoals in een veranderingsproces), je
onmiddellijk opnieuw aanloopt tegen alles wat er aan impliciete waarden en normen (mentale modellen) in een organisatie reeds zit.
Zoals Jan-Bas terecht zei: velen zullen vertrekken. Het is immers hun spelletje dan niet
meer. Ik praat uit eigen ervaring hoe dat voelt toen ik vijf jaar geleden vertrok bij
Ernst & Young. Ben overigens zeer benieuwd tegen welke problemen ze straks aanlopen
als de consultants van Ernst & Young (verplicht) fuseren met die van Cap Gemini. Welke
spel moet worden gespeeld als je 23,5 miljard gulden wilt neertellen c.q. wilt ontvangen
(de realiteit/het spel van de pooier en de hoer)? Een interessante discussie voor de
vennoten van Ernst & Young, de rollen draaien om of zaten ze op de keper beschouwd
altijd al in die rol (in relatie tot hun accountants)? Het idee went dan dus snel. Hoe dan ook, reden tot zeer veel onrust binnen de
maatschapvergadering, nu leren ze elkaar pas kennen op tot dusver impliciete normen en
waarden. Maar laten we het daar niet over hebben; we hebben het liever over de
marktontwikkelingen, die ons nopen tot
., terwijl van
ons binnen vijf jaar niemand meer over is. Donderdagochtend zou ingegaan worden opMentale Modellen.. Maar daarvoor zijn in het woendagavondprogramma mandalas
getekend. Alle vooroordelen kloppen: wierook, kaarsen, New Age-muziek, momenten van
concentratie en stilte etc. Vooraf veel scepsis en achteraf bleek iedereen (uiteraard in
gradaties) enthousiast over de wijze waarop met de vele varianten van mandalas
kennis was gemaakt. Persoonlijk voelde ik me een zeer kleine Esher. M.C. Esher maakte bij
een groot aantal van zijn schetsen ongetwijfeld gebruik van dit type tekentechnieken
(experimenteren met rechte en ronde lijnen, zoals bij zijn serie Circellimiet). Michael Geerdink wees mij later op een boek van Jung over Mandalas (de symboliek van de Mandala -beelden uit het onbewuste-, 2e druk uit 1988). In bijlage 2 een kopie van een Mandala uit dit boek. Het onderstaande is rechtststreeks overgetikt uit de inleiding van Jung: Het Sanskrietwoord
Mandala betekent cirkel in de algemene zin. Op het gebied van
religieuze gebruiken en in de psychologie wordt met een mandala een cirkelvorm bedoeld,
die getekend, geschilderd, geboetseerd of gedanst wordt.
. Als psychologische fenomenen komen ze
spontaan in dromen, in bepaalde conflictsituaties en bij schizofrenen voor. Heel vaak
bevatten ze een viertal of een meervoud van vier, in de vorm van een kruis of een ster of
een vierkant, een achthoek enzovoort. In de alchemie vinden we dit motief in de vorm van
de kwadratuur van de cirkel.
In de regel treden mandalas in toestanden van psychische dissociatie en
desoriëntatie, bijvoorbeeld bij kinderen tussen de acht en elf jaar van wie de ouders in
een echtscheidingsprocedure zijn verwikkeld; of bij volwassenen die ten gevolge van hun
neurose en de behandeling daarvan geconfronteerd worden met de tegenstellingsproblematiek
van de menselijke aard, en die daardoor gedesorienteerd raken;of bij schizofrenen, wier
wereldbeeld ten gevolge van een doorbraak van onbegrijpelijke inhouden van het onbewuste
in verwarring is geraakt. Bij al deze gevallen zien we duidelijk hoe de strenge ordening
van een dergelijk circelbeeld of mandala de chaos en verwarring van de psychische toestand
compenseert, en wel door het scheppen van een middelpunt, waarop alles betrekking heeft,
of door een concentrische ordening van het chaotische veelvoudige, het tegen gestelde en
onverenigbare. Het gaat hierbij klaarblijkelijk om een poging tot zelfgenezing van de
natuur, die niet bijvoorbeeld uit een bewust overweging, maar uit een (instinctieve)
impuls voortkomt.
.. En dat is alleen nog maar bladzij 1. Hoe was het
genezingsproces?, zou ik willen zeggen. De tweede dag stond in het teken van verschillende stukjes theorie afgewisseld met workshops: · mentale modellen · organisatie-identiteit ·
systeemdynamica Voor een aantal was het meest bijzondere van de tweede dag dat we nauwelijks nog spraken over de eerste dag. Verder bleek dat bekende theorieën goed bruikbaar zijn binnen het chaordisch denken. Welke zaken passeerden zoal de revue? Espouse theory & theory in
use, complexe systemen, sensemaking volgens Karl Weick, mentale modellen en de theorie
achter hoe we organisaties bouwen: 1. Organisaties trekken al enigszins mensen aan met vergelijkbare mentale modellen (McDonalds haters gaan er meestal niet eten, laat staan werken). Gaat men daar eten/werken dan weet men wat kan worden verwacht. Afwijkingen zijn onmiddellijk bekend en dat vergt aanpassing aan de als collectief reëel gepercipieerde situatie (Laten we reëel zijn); 2. In het alledaagse gedrag worden fluctuaties uitgefilterd en vinden vormen van synchronisatie plaats via pauzes, gesprekjes, bedrijfskleding, huisregels, procedures, structuren, leaseregelingen (Wij rijden hier geen Japanners) etc.; 3. Regelmatige ritmes (alles op zijn tijd) maken het mogelijk te anticiperen (bijvoorbeeld in de wandelgangen) op fluctuaties, enerzijds in gedachtes, gevoelens en gedragingen en anderzijds in processen/procedures. Uiteindelijk raakt alles duurzaam aan alles gekoppeld (daarom zijn bekende problemen waarschijnlijk altijd nog fijner dan nieuwe problemen; je weet immers hoe je er mee om moet gaan). 4. Door
alle ritmes vindt gecoördineerd gedrag plaats (vergelijk house, marsen en marsliederen),
maar de resonantie daarvan kan er ook voor zorgen dat hele groepen uit ritme
komen, waardoor er toch dingen veranderen (denk aan het vallen van de Muur in 1988). Daarmee kreeg de game
een meer theoretische fundering, maar voor ritmeontwikkeling waren die drie rondes
waarschijnlijk toch te kort, alhoewel de meningen daarover behoorlijk uiteen liepen. In
het kader van het bovenstaande is het misschien aardig te volgen hoe de PvdA omgaat met de
openbaringen van Marjet van Zuijlen (lees de kranten wat is geprobeerd door de PvdA haar
van de publicatie van haar boek af te houden: het bovenstaande gedicht van Ronald Laing
zou voor haar kunnen zijn geschreven). In organisaties wordt duidelijk niet alleen het produceren
georganiseerd, ze produceren ook een manier van organiseren (denk aan de reeks
Het Bureau van J.J. Voskuil of de VPRO-serie Debiteuren-Crediteuren). Een aardig gegeven
voor een potentiële organisatieveranderaar. Het uit ritme brengen van de
organisatie is duidelijk wat anders dan een nieuwe visie, een kantinegesprek, een paar
nieuwsbrieven en wat inhoudelijke projecten. Daar kunnen we in de nabije toekomst nog wel
eens een interessant seminar aanwijden. Hoe breng je een organisatie uit ritme en daarmee
meer open voor veranderingen? Daarop aansluitend: Blijft de identiteit van de
organisatie wel hetzelfde tijdens een
transformatieproces? Aan een scriptie over dit onderwerp wordt momenteel gewerkt
over en bij Twijnstra Gudde. Over de definitieve uitkomsten horen we ongetwijfeld
nog. Vervolgens is ingegaan op de systeemdynamica, zoals die vooral bekend is geworden door de loops van Peter Senge in zijn 5th Discipline. Waarom zijn dat voor chaordische systemen interessante technieken was een van de vragen? Er is een aantal kenmerken die verschillen: · er is aandacht voor de samenhang der dingen en niet zozeer voor de losse componenten afzonderlijk (zoals bijvoorbeeld bij de 4Ps, het 7S-en-model of de BCG-matrix); · er wordt niet uitgegaan van een lineaire causaliteit, maar van een samenhang der dingen die het een en andere teweeg brengen; ·
de terugkoppelketen wordt
zichtbaar gemaakt, waardoor ook neveneffecten (eerder) herkenbaar kunnen worden. Kortom: zoals gewoonlijk hebben we weer veel geleerd door de betekenis der dingen er gewoon achteraf in te naaien. Zouden dieren dat ook kunnen? Uiteindelijk sloten we af met wat afspraakjes: 1. Wat zijn eigenlijk meme (s.v.p. e-mailen als je tegen dit begrip aanloopt)? 2. We trachten nog eens na te denken over overorganisatie (zie o.a. onderwijs, gezondheidszorg, kunstwereld) 3. We proberen elkaar weer te ont-moeten na de zomer op dinsdag 12 en woensdag 13 september bij de twee-daagse van Lieke Hoogerwerf en Anne-Marie Poorten. Zwammerdam, 11 maart 2000 Jaap Peters |