 |
AFSCHEID VAN HEERTJE:
''DE ECONOMIE FAALT''
- Jaap Peters -
Zwammerdam - Na de Chaosforumlezing van Teun van Aken en mijn persoontje - De
Nieuwe economie is allang begonnen? - op 26 november 1999 zal het niemand verbazen
dat mijn oog bij thuiskomst onmiddellijk viel op bovenstaande koptekst op de voorpagina
van het NRC Handelsblad.
''De economie geeft alleen maar aandacht aan de prijs van de oliebol'' (NRC 26 november
pagina 14). Ik rol van mijn stoel. Dit kan niet waar zijn. Paus Arnold die plotsklaps het
nut van de pil inziet. Nog even doorlezen of de journalist de professor misschien niet
goed begrepen heeft en we volgende week een aanklacht tegen het NRC kunnen verwachten
wegens smaad.
Na vijftien drukken ''De kern van de economie'' komt Heertje erachter dat De Kern niet is
geraakt. Arme kinderen die als floppy's verkeerd zijn geformeerd bij hun eerste
kennismaking over het begrip Economie. Nu ruik ik de mogelijkheden om zelf een schadeclaim
in te dienen bij Heertje of zijn uitgever wegens hersenvervuiling en andere vormen van
oogkleppendoctrine. Ach, erkent Heertje: ''Dat is het voordeel van ouder worden, je krijgt
inzichten en je gaat relativeren. En je moet je losmaken van de pure economische theorie
en kijken wat ander disciplines kunnen bieden''. Ik sla mijn drie kinderen van mij af en
duw de hond weg. Even niet, papa gaat hyperventileren. Naar ademsnakkend lees ik verder:
Heertje ging buurten bij de natuurkunde en ''ontdekte'' Einstein en Lorenz. Einstein kwam
met zijn relativiteitstheorie tot het inzicht dat er geen absoluut referentiekader is voor
het beschrijven van natuurkundige gebeurtenissen. Dit is afhankelijk van het
referentiekader van de individuele waarnemer (in mijn eigen woorden: een foto zegt meer
over de fotograaf dan over de werkelijkheid) en is bepaald door ruimtelijke dimensies en
tijd. Nobelprijswinnaar Lorenz ontdekte een theorie om alles onder één noemer te
brengen, waardoor er toch een universeel referentiekader ontstond. ''Zo'n kader ontbreekt
in de economie'', constateert Heertje. Door mijn hoofd schieten visoenen, hallucineer ik,
heeft mijn vrouw iets door het eten gedaan wat ik inmiddels ademloos naar binnenwerk? En
Heertje gaat maar door: ''De kern van de economie is eenvoudig: Sinds de zondeval in het
Paradijs, of wellicht tijdens de oerknal, is met de eindigheid van het menselijk leven de
schaarste aan tijd geboren. En met de schaarste aan tijd zijn alle middelen beperkt ten
opzichte van de behoeftebevrediging. Het niveau van de behoeftebevrediging bepaalt de
welvaart van de burgers. Die welvaart is subjectief vanwege de afhankelijkheid van het
individuele oordeel. Zo bevinden we ons allen van de wieg tot het graf in ons economisch
leven in het spanningsveld van objectieve schaarste en subjectieve welvaart. Dit
spanningveld is hanteerbaar gemaakt door het invoeren van het geld, waardoor de
economische werkelijkheid calculeerbaar is. Deze calculatie is schijn".
Bijzonder, heel bijzonder, nog meer bijzonder is dat hij dit allemaal verteld op zijn
afscheidscollege aan de Universiteit van Amsterdam. Heertje is inmiddels 65 jaar. Wat
brengt hem ertoe om pas bij zijn afscheidscollege open kaart te spelen? Op 1 november j.l.
was ik op het seminar ''De organisatie van de toekomst'', een congres rond de voormalig
KPMG-baas Wessel Ganzevoort. Wessel (53 jaar) begint vanuit zijn Inspire Foundation ook
steeds meer bijzondere dingen te roepen en te schrijven: Kunnen we met onze opvattingen
nog wel uit de voeten? Moeten we niet stoppen met het opschilderen van het industrieel
paradigma? Bouwen we niet teveel aan de organisatie van de beperking in plaats van aan de
organisatie van de ontwikkeling? Hou op met El Nino-management (dingen van buiten de
schuld geven), geef toe dat chaos en complexiteit bestaat. Bouw vanuit de individuele
purpose van mensen samen de organisatie-purpose. Tijdens de koffiepauzes merk je links en
rechts (vooral rechts) dat Wessel waarschijnlijk een beetje de weg is kwijt geraakt. Bij
Heertje is het misschien nog een eerste signaal van dementie, maar Wessel is daar toch nog
echt iets te jong voor. Volgens mij roken ze wel allebei pijp. Toevallig komt Wessel
tijdens de lunch aan mijn tafel zitten en start het gesprek met: ''Laten we eerlijk zijn,
zo kunnen we toch niet doorgaan?'' Een aantal tafelgenoten is blij dat hun voormalig
adviseur die inmiddels professor is geworden aan deze tafel is gaan zitten
(inauguratiereden op 29 januari 1999: organiseren als menselijk leven - de contouren van
een nieuw paradigma) en beginnen te verhalen over de goede oude tijd. Wessel is eerlijk en
zegt niet altijd met trots op zijn denken en daden uit die tijd terug te kijken. ''Wist ik
toen maar, wat ik nu weet''. Het wordt ongemakkelijk stil aan tafel. De verwarring slaat
toe,
. we beginnen maar te eten. Ik zit in gedachten verzonken; wat
bedoelt hij precies met: ''We kunnen zo niet door gaan?'' Dat vennoten van de big four 8-9
ton per jaar verdienen, gaan verdienen en nog meer willen verdienen met een leverage van
minimaal 20,8 wegwerpconsultants (een insider gebruikte dat woord, maar wilde niet met
naam en toenaam worden genoemd)?
Waarom vraag ik jullie hulp? Wat is er met mij mis dat al jaren (sinds mijn 4e levensjaar)
de gedachte heb dat er ergens iets niet klopt. Waarom krijg ik dat soort gedachtes niet
pas op het moment dat ik financieel onafhankelijk ben? Waarom herken en erken ik de
Economie (nieuw of oud) niet als de Windows uit het jaar nul van Macrohard die als een mal
om alle andere paradigma's zit? Zijn Arnold en Wessel inderdaad de weg kwijt geraakt?
Hebben ze al die tijd een spelletje gespeeld tegen beter weten in? Wat is dan integriteit?
Hoe komt het dat economen en structuurmanagers zo arrogant zijn geworden dat ze denken dat
ze het primaat van het ''objectieve en het rationele'' hebben. Arnold en Wessel waren
altijd al slimme jongens, wat heeft hen de laatste jaren tot die andere inzichten
gebracht? Het lastige van beschouwen is: hoe groter de afstand des te meer Orde (kijk
vanaf de Maan, maar eens naar de Aarde). Hoe dichterbij je komt hoe groter de Wanorde.
Zouden directies daarom altijd op de hoogste etages zitten?
En dan prakkiseer ik wel eens: wist ik nu maar wat Wessel & Arnold toen wisten. Dan
had ik nu tenminste de tijd om een goed boek te lezen van Lorenz en ook nog te begrijpen
(The essence of chaos - 1993 University College Press, London) en verder op de AEX te
letten. Jammer, jammer, jammer.
| U wordt uitgenodigd een column te
schrijven van 600-800 woorden over het thema 'chaosdenken'. Stuur uw bijdrage naar
. |
|